Herkomst: Scandinavië (Zweden), een oud erfgoedras dat vaak in tuinen van oudere generaties werd aangeplant en daardoor de naam “grootmoeders framboos” kreeg. Vrucht: middelgroot, rood, sappig; uitgesproken aromatisch en traditioneel van smaak. Gebruik: ideaal voor verse consumptie, maar ook zeer geliefd voor jam, sap en invriezen. Dracht: zomerdragend (floricane) – oogst in juli. Struik: middelsterke groei, enigszins spreidend, vraagt geleiding. Bestuiving: zelfvruchtbaar. Bijzonderheden:




