Herkomst: Duits ras (oorspronkelijk uit de voormalige DDR veredeling, rond 1980). Groei: middelsterk, struikvormig, goed winterhard. Bloei: mei, wit/roze klokbloempjes. Bestuiving: gedeeltelijk zelfvruchtbaar, maar hogere opbrengst bij kruisbestuiving (bijv. met ‘Bluecrop’, ‘Duke’). Vrucht: middelgroot tot groot, lichtblauw, aromatisch en zoetzuur. Rijpheid: midden-seizoen (juli–augustus). Gebruik: vers eten, taarten, jam, sap, invriezen. Opbrengst: betrouwbaar en regelmatig.




